Follow by Email

donderdag 27 april 2017

Merlijn - acceptatie

Leek het maar zo of werd ik langzaam maar zeker meer geaccepteerd door de elfen? Niet dat ik mij een lid van de familie begon te voelen, het leek meer op een welwillend gedoogd worden na mijn schamele prestaties met hun langboog en het meehelpen aan het voortbestaan van de soort, maar dat elfen tot volledige acceptatie van anderen in staat waren bewees Merlijn.
Hij ging op in de gemeenschap als een van hun en dat had misschien deels met zijn leeftijd te maken die voor elfen niet onder hoefde te doen, maar het was meer dan dat want ook hij was in de eerste plaats mens en besmet met het gehate trollenbloed en toch was daar niets van te merken. Zijn status leek gelijk aan elke elf en zo ver was ik nog lang niet.
Het verglijden naar geaccepteerd worden was nog klein maar ik merkte het aan sommige hints. Als ik iets vroeg werd er korter geaarzeld dan voorheen en vervolgens geknikt waarna ik uitleg kreeg of werd meegenomen om het gevraagde te zien. Zo vroeg ik mij af waar de technische apparatuur werd gemaakt, zeker niet in het dorp waar, behalve voor kleine reparaties, zelfs geen werkplaats was. Ik vroeg het Merlijn die op zijn beurt Legolas wenkte en hem mijn vraag in het elfs voorlegde waarna deze mij kort aankeek en vervolgens knikte.
Hij wenkte mij en ik volgde hem naar een van de kleine aangebouwde schuurtjes waar hij mij beduidde te wachten, zelf naar binnen ging en terugkwam met een glijder zoals ik ze bij de verdediging van het dorp had gezien.
Ik moest achter hem op het board gaan staan en me goed vasthouden aan de T-vormige greep die als een periscoop uit het bord omhoog kwam. Zonder waarschuwing steeg de plank loodrecht omhoog en onwillekeurig kneep ik in de handvaten. Het duizelde mij op de veel te smalle richel keek ik in de steeds diepere afgrond van het stijgende toestel dat plotseling pijlsnel vooruitvloog.
Legolas’ haren woeien in mijn gezicht, mijn benen trilden van spanning bang als ik was om het evenwicht te verliezen op het smalle en onstabiele stukje materie waarop we door het luchtruim suisden. Ik weet het niet, het zal sneller geleken hebben dan we ons werkelijk voortbewogen, maar op mij liet het de indruk van een rotgang zoefden we vogels voorbij terwijl het onding gebruik maakte van de thermiek waardoor het veel weg had van de hotsebotsende gang van een sneeuwscooter op een met schotsen bezaaide ijsvlakte.
De tocht duurde niet zo heel lang. Ik voelde dat we langzamer gingen en traag begonnen te dalen hoewel ik niets beneden ons zag wat dit kon verklaren en toch landden we, gleden nog een stukje door vlak boven de grond, een tra in het bos leidde naar een tunnel die in de lage rotsformatie was uitgehakt.
Zodra we naar binnen gleden floepten er overal lichten aan, warmte leek ons te verwelkomen en Legolas liet het toestel verder glijden tot bij een rek dat duidelijk voor de glijders was bedoeld.
We stapten af en de glijder schoof uit zichzelf in positie in het rek waar het zou wachten op onze terugkeer, misschien wel opgeladen werd, veronderstelde ik.

“Kom!” sprak Legolas en ik volgde dieper de tunnel in.

dusky crane's-bill starts blooming

click pic to enlarge












woensdag 26 april 2017

Merlijn - nageslacht

Het verwarde mij dat Adolana zich gedroeg als daarvoor alsof er niets was geweest en ergens verwachtte ik het wel: het leven ging door. Zoiets banaals als geslachtsgemeenschap had daarop geen vat; voor mensen wel, maar niet hier. 
Dat wil zeggen: voor de mens leek het dat te hebben, maar was dat wel zo? Deed het er iets toe met wie je vree, want was ook bij ons de keuze niet volkomen willekeurig? Je ontmoet elkaar en sommige mensen geloven dat dit is voorbestemd, maar even zo vrolijk scheiden de wegen met eventuele achterlating van nazaten en verslingeren beiden partners zich opnieuw, maar dan aan een ander. Was de rationele elfenmanier niet emotioneel eerlijker?
Kinderen zijn niet meer dan de voortzetting van het leven van een bepaalde soort, wat naar de fundamentele vraag leidt: waarom moet het leven worden voortgezet? Wat is er zo belangrijk aan voortplanting dat ouders met trots vervuld hun kroost aan de hele wereld laten zien? Alsof twee mensen iets hebben gepresteerd, iets fenomenaal hebben bijgedragen aan…, aan wat eigenlijk? Het meest nietige creatuur plant zich voort, dus wat is er zo bijzonder aan?
Elfen wisten waarom ze het deden. Om niet ten onder te gaan in de maalstroom van het leven, want daarom gaat het wanneer de aantallen beperkt zijn; de soort raakt overvleugeld door andere soorten, of krimpt dankzij de nadelige gevolgen van inteelt. Maar de mens: zeven miljard maar liefst… en groeiend, voordat je dat hebt weggevaagd, of zelfs maar gedecimeerd… Daar is alleen de eigen soort toe in staat en die zie ik er voor aan dat het nog lukt ook. Het stationaire geneuk van twee mensen voor de eeuwigheid maakt op die balans weinig verschil. Dus waarom dan?
Waarom in vredesnaam van de daken geschreeuwd dat je iets hebt gepresteerd wat in het geheel geen prestatie is, wat iedere boerenpummel kan als het zaad en eitje vruchtbaar zijn en dat is, zeker bij de mens, veeleer regel dan uitzondering.
In deze begreep ik Adolana, begreep ik de elfen, dat ze geen ophef maakten over het feit dat zeven vrouwen zwanger waren, dat ze bezig waren de verliezen op korte termijn te compenseren. Het ging veel meer om het daarna. Wat gebeurde er met de borelingen? Hoe werden zij voorbereid op het elfenleven dat hen wachtte?
Niet als bij de mens met een veelheid aan overcompensatie die wezens genereren die praktisch alleen nog kunnen functioneren binnen de uitgezette krijtlijnen van de beschermde omgeving. Voorgeprogrammeerd individualisme dat niet tot nauwelijks in staat is zelfstandig te overleven. De mens is een sociaal wezen in die zin dat het zonder de anderen geen schijn van kans heeft terwijl zijn gedrag in grote lijnen op het eigen zelf is gericht. Het gedraagt zich pas sociaal wanneer het de ander nodig heeft en heel soms wanneer de ander hem nodig heeft maar de daarvoor benodigde empathie lijkt met elke generatie te vervagen.
Daarmee vergeleken zijn elfen een sociaal experiment waarbij de noodzaak om te functioneren binnen de groep geen afbreuk doet aan de zelfstandigheid van het individu, al zou het natuurlijk in zijn eentje evenmin kans maken om als groep te overleven. De sociale samenhang geldt voor elk afzonderlijk waarom de elfensamenleving niet wordt geplaagd door onderlinge vetes. Het niet accepteren van een groep soortgenoten die een werelddeel gescheiden van elkaar leven is niet bestaand. Elf is elf en hoort als zodanig bij dezelfde familie, juist wellicht omdat het gezins- of familieverband in engere zin ontbreekt.
Elfenjongen worden door de groep grootgebracht en al zogen de moeders, de binding is aan de groep, niet aan de persoon. Dat verklaart de enorme sociale gehechtheid die niet toelaat dat kinderen dissidenten worden en zich tegen de gemeenschap keren terwijl tegelijkertijd en juist door de veelheid van familiale indrukken de zelfstandigheid van het jong maximaal wordt gestimuleerd. Het raakt niet geobsedeerd door waar het in uitblinkt, want kinderen blinken allemaal uit, vooral in zichzelf. Waar iemand’s toekomst ligt komt vanzelf bovendrijven als het wordt gevoed door alles wat de samenleving heeft te bieden. Daarin was elfenwereld uniek en het verklaarde ook dat levensnoodzakelijkheden zoals het hanteren van de boog bij elke elf nagenoeg even sterk ontwikkeld was terwijl andere vaardigheden, waarvoor een kleiner deel van de populatie was vereist naar evenredigheid over het aantal elfen was verdeeld.

Het was een opvoedkundig model zonder scholing. Het leven zelf was de school en elke elf een mentor voor de opgroeiende jongen.